Marcel Jongen (1966), geboren in de Vroedvrouwenschool te Heerlen en sinds 1994 woonachtig en werkzaam in Voerendaal. “De Voerendaler die hier geboren en getogen is, is merkbaar trots op zijn afkomst” – dat gevoel kan ik waarderen. Als tiener was ik van mening dat degenen die de regels en wetten maken, deze ook moeten respecteren. Politici horen een voorbeeld te zijn en zich dienstbaar op te stellen richting de maatschappij; dat mis ik in de Haagse politiek.
Wat ik door de jaren heen gemerkt heb, is dat de naam Voerendaal bij inwoners – zowel oud als nieuw – mooie associaties oproept: een behaaglijke leefomgeving, rust, gemoedelijkheid, natuur, met twee voeten in de klei, en misschien wel het belangrijkste: “het gevoel”. Als de bedoeling goed is, maar het niet goed aanvoelt, dan is er geen basis om op verder te bouwen. Zie de OCK: een geldverslindend project waar jong en oud, verenigingen, stichtingen, sport en cultuur in een te klein gebouw door middel van het toverwoord ‘kruisbestuiving’ aan een duurzame toekomst zouden moeten bouwen. Dat voelt niet goed.
Bouwen aan de samenleving (het woord zegt het al) doe je samen: wat kunnen we als gemeente betekenen voor én samen doen met de inwoners? Dat is mijn doelstelling.
